Kerkenpad, Wijk 1
Grote kerk - PKN Alblasserdam
 

 

pkn alblasserdam grote kerk ichthuskerk ontmoetingskerk

 

‘In het genadig aanzien geeft God zichzelf.’

(Maarten Luther)

 
preekstoel.jpg
     
 
Geschiedenis van het orgel
dinsdag, 17 november 2009 21:49

Het eerste Meyer-orgel

Voor het begin van de orgelhistorie van de Grote Kerk gaan we terug naar de Koepelkerk, de voorganger van de huidige Grote Kerk. De Koepelkerk werd in 1854 in gebruik genomen. De eerste jaren werd daar onder leiding van een voorzanger gezongen. In 1880 werd de eerste orgelcommissie opgericht. Deze commissie plaatste een advertentie in de “Nieuwe Rotterdamsche Courant” van 17 november 1880. Hierop kwamen diverse reacties waaronder reacties van Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Haren  en van Roelf Meijer, orgelmaker te Veendam. Er werd, waarschijnlijk gezien de prijs, gekozen voor orgelmaker Meijer. Op Hemelvaartsdag 26 mei 1881 werd dit orgel in gebruik genomen. Het had de volgende dispositie:

 

Prestant 8 voet

Bourdon 8 voet

Viola di Gamba 8 voet

Octaaf 4 voet

Fluit 4

Quint 2 2/3 voet

Octaaf 2 voet

Bourdon 16 voet

 

Al na enkele weken kwam met tot de conclusie dat dit orgel veel te weinig draagkracht had om 800 kerkgangers te kunnen begeleiden. Meijer moet een nieuw orgel leveren en het oude orgel mee terug nemen. Of Meyer het nog aan een andere gemeente heeft kunnen verkopen is niet bekend.

 

Het tweede en huidige Meyer-orgel

Het nieuwe orgel wat Meyer voor de Koepelkerk bouwde had twee klavieren en een aangehangen pedaal. Dit orgel werd twee jaar na het vorige ingewijd op 16 mei 1882. De dispositie luidde als volgt:

Hoofdwerk                Bovenwerk                              Pedaal

Prestant 8'                  Roerfluit 8'                               Aangehangen

Bourdon 16'                Viola 8'

Holpijp 8'                     Salicionaal 4'

Gemshoorn 8'             Flûte Travers 4'

Octaaf 4'                      Woudfluit 2'

Fluit 4'                           Dulciaan 8' gereserveerd

Quint 2 2/3'

Octaaf 2'

Cornet 3 sterk

Trompet 8'

Klavierkoppel

Ventiel

 

Uit archiefstukken blijkt dat het orgel te lijden heeft van veel vocht in de Koepelkerk. De

Koepelkerk heeft slechts 44 jaar aan het Cortgene gestaan en moest in 1898 afgebroken worden wegens de te zwakke constructie. Omdat de huidige Grote Kerk op dezelfde plaats kwam te staan als de Koepelkerk is er in de tussenliggende periode dienst gedaan in een houten noodgebouw. Waarschijnlijk heeft het orgel ook in de noodkerk dienst gedaan. Toen de Grote Kerk in 1899 klaar was is het orgel daar weer opgebouwd op de huidige plaats. De Grote kerk telde na de bouw 1300 zitplaatsen, het voor de Koepelkerk gebouwde orgel werd al snel als te klein ervaren. In 1903 breide J. T. Kerper te Gouda, Piano- en Orgelhandel, het orgel voor het bedrag van ƒ 889,75 uit. Voor die tijd een groot bedrag. Het orgel kreeg een Trompet en een Mixtuur op het hoofdwerk, een Vox Humana op het bovenwerk. Tevens werd de Cornet uitgebreid. In 1917 verving dezelfde orgelmaker de klavieren. In 1926 werd het orgel voorzien van een elektrische windmotor zodat een orgeltrapper overbodig werd. In 1938 was het orgel zover afgetakeld dat Ds. Groenewegen het orgel betitelt als "een werkelijk gammel orgel." In 1939 waarschuwt de predikant de kerkvoogden, dat reparatie niet langer uitgesteld kan worden, "...daar het anders wel kan gebeuren dat er geen repareren meer mogelijk is." Men vraagt offertes en de laagste inschrijver Firma Van Leeuwen uit Leiderdorp (f 2800,-) krijgt de opdracht. Bij deze grote restauratie en uitbreiding werden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: De frontpijpen van de Prestant werden vervangen door zinken pijpen op een pneumatische bank. Het pedaal kreeg een eigen pneumatische lade met drie stemmen, een zinken Octaafbas 8', een zinken Bazuin 16' en een houten Subbas 16'. De bekers van de Bazuin werden niet verkropt, zodat een vijftal ervan ver boven de dakloze kast uitstaken. Doormiddel van een pneumatische transmissie werden de 27 laagste pijpen van de Bourdon 16' van het hoofdwerk ook op het pedaal bespeelbaar. De Bourdon 16' werd voor zover het de houten pijpen betrof, van zijn oorspronkelijke plaats tussen lade en front, weggehaald en opgesteld aan de Cis-kant van de hoofdwerklade. Om er ruimte voor te maken werd de kast aan die zijde uitgebreid en het front met een loos veldje verbreed. Voor de symmetrie kreeg de andere kant ook een loos veld. Het bovenwerk werd uitgebreid met een zinken Hoorn-Prestant 8'. Ook werd de met de hand bediende pompinstallatie verwijderd en werden de speeltafel en registerknoppen gemoderniseerd.

De dispositie was als volgt:

Hoofdwerk                           Bovenwerk                           Pedaal

Prestant 8'                             Hoornprestant 8'                 Octaafbas 8'

Bourdon 16'                          Roerfluit 8'                            Bourdon 16' (transmissie)

Holpijp 8'                              Viola 8'                                  Subbas 16'

Gemshoorn 8'                       Salicionaal 4'                        Bazuin 16'

Octaaf 4'                                Flûte Travers 4'

Fluit 4'                                   Woudfluit 2'

Quint 2 2/3'                           Vox Humana 8'

Octaaf 2'

Cornet 5 sterk                      Klavierkoppel

Mixtuur 3 - 4 sterk               Pedaalkoppel

Trompet 8'                            Tremulant

 

Een kleine wijziging in de dispositie werd later nog aangebracht door de organist Wim Stout. In de veertiger jaren verschoof hij de Salicionaal 4' en noemde hem daarna Nasard 2 2/3'.

Reeds in 1960 begon het instrument -ook al door lekkages in het dak van de kerk- al weer gebreken te vertonen. Met kunst- en vliegwerk werd het aan de praat gehouden. Tot 1978 vonden diverse noodreparaties plaats door Firma Sloof uit Ouderkerk aan de IJssel. In 1977 zwijgt het instrument -voorlopig- voorgoed. Gedacht wordt aan een nieuw instrument, maar later -ook al door de invloed van Klaas Bolt- begint men toch ook wel wat te voelen voor restauratie. Er wordt prijsopgaaf gevraagd aan de orgelmakers Blank, Flentrop en Reil. Blank trekt zich terug en van de resterende twee wordt Reil -ook al vanwege de laagste inschrijfprijs- verkozen. In 1980 begint de demontage. De volgende zaken worden aangepakt: De Hoornprestant vervalt, Bourdon 16 kan weer achter het front, dus de verbreding vervalt; de houten pijpen van Bourdon 16 worden vernieuwd. De complete Meyer-kast wordt gereviseerd, waarbij een nieuwe kast voor de drie pedaalregisters, gescheiden van de hoofdkas door een looppad wordt gebouwd. In deze nieuwe pedaalkast wordt een (mechanische) pedaallade geplaatst met 3 nieuwe houten registers. Het in de loop der tijden verloren gegane ornamentswerk wordt opnieuw vervaardigd. Ook worden op de torens nieuwe beelden geplaatst. Het front krijgt nieuwe pijpen en de laden en het regeerwerk wordt geel gereviseerd. Op het hoofdwerk komt een nieuwe Trompet en een nieuwe Mixtuur 2-3sterk in de bas. De Cornet wordt weer 3sterk en wordt tevens weer op de lade gezet. Op het bovenwerk komt een nieuwe Duldiaan 8’. De tremulant (waarschijnlijk niet origineel; Meijer heeft nergens een tremulant gebouwd), die werkeloos in het orgel staat wordt weer aangesloten op het Bovenwerk en vervangt de pneumatische tremulant.

In zijn eindrapport noemt Klaas Bolt de klank "een aangename verrassing" en hij sprak van "de voortreffelijke intonatiekunst" van de firma Reil. De conclusie van de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk luidde: "...de orgelmakers Reil hebben zeer fraai werk geleverd."

In 2010 staat er een kleine restauratie gepland.

 

(samengesteld uit archiefgegevens van Geert Ouweneel)

oude_orgel

 
     
Kerkradio uitzendingen

Laatste berichten